Zomaar een avond in zomaar een stad.

Vrijdagavond, een kamer op de negende verdieping in Rotterdam Zuid. Geen uitzicht over het water, geen ligbad. Maar wel een plein waar een brandweerauto rijdt. En een metro die vlak onder het raam bovengronds gaat. Eén verdieping boven de heel warme kamer wordt een feestje gehouden. Het stoort niet, we zijn immers in een redelijke grote stad. Voor stilte moet je elders zijn. Uitzicht op een appartementengebouw. Eén voor één gaan de lichtjes achter de gordijnen uit. Soms loopt er iemand langs een raam, iemand die de gordijnen dicht en de lichten uit doet. Veel mensen hebben de gordijnen open zolang de lichten aan zijn. Logisch. Wie kan er binnenkijken, behalve anonieme hotelgasten in dat gebouw aan de overkant van het plein. Hotelgasten die elke dag wisselen en wel wat beters te doen hebben dan naar hun woning kijken. Dat denk ik andersom ook, vanuit het bed. Wie van de mensen die daar woont neemt nog eens de moeite om de ramen van het hotel af te speuren? Te kijken of er ergens gordijnen open zijn en of daarachter iets gebeurt wat de moeite waard is om de televisie of zelfs bezoek te negeren? Niemand natuurlijk. Ik zou hier de gekste dingen kunnen doen voor het raam, en niemand zou het zien maar ik zou toch denken dat iemand het zou kúnnen zien, als die maar even probeerde, Ik ben op dit moment te oud of te moe of allebei, om iets met die gedachte te doen. ‘Het idee alleen al..’ Het idee alleen al is genoeg. Ik heb herinneringen genoeg aan keren dat ik zulke dingen wel deed. En ik heb geleerd dat dingen doen lang niet altijd meerwaarde geeft.

Het feestje boven is er niet minder om. Jammer dat die lui zulke neurotische muziek draaien. Ik kijk nog maar eens naar buiten. 

Acht woonlagen, vijf woningen naast elkaar. Denk ik. Ik neem maar aan dat elk balkon een nieuwe woning markeert.

Er brandt nog licht in drie woningen. In één ervan staat de televisie aan. In een andere gaat vloeiend en in te snel tempo het licht achter de gordijnen van groen naar blauw naar paars en weer terug. Alsof een Philips sfeerlicht op hol geslagen is. Niemand doet er iets aan. In de derde woning brandt licht met de gordijnen open. Er beweegt niets. Misschien zijn deze mensen nog niet thuis. Of ze vinden het prettig om te slapen met het licht aan en de gordijnen open.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *