Openbaar vervoer: Maastricht-Utrecht

Er stapt een mevrouw met een rollator in de bus. Ze gaat zitten op de ruime plek tegenover de ingang. Kijkt, als de bus weer rijdt, ongemakkelijk naast zich. De stickers zeggen: kinderwagen. Bij de eerstvolgende halte verwisselt ze haar plek voor die met een invalidesticker. Die plek is een stuk krapper, ze moet haar rollator nu inklappen. Intussen stappen er twee jongere mevrouwen in, ze gaan op de kinderwagenplek zitten. Een van de twee heeft haar haren meisjesachtig losjes opgestoken. Geblondeerde sprieten steken alle kanten op en deinen als haar hoofd beweegt tijdens het praten. Ze zijn hier niet bekend. De mevrouw met de rollator biedt haar hulp aan: ‘Waar moet u zijn?’ en vertelt precies bij welke halte er op het knopje gedrukt moet worden om uit te stappen.

In de trein is de helft van de stoelen leeg. Aan de andere kant van het gangpad zit een jonge man met koptelefoon. De muziek is voor iedereen te horen. De telefoon gaat. ‘Hee man, waar ben je?’ ‘….’ ‘Ja man. Ga je zometeen mee naar het casino?’ ‘….’ ‘Ja man. Zeker. Ik heb net dat geld terug gekregen van ons pap.’ ‘….’ ‘Ja man. Nee, ik ga naar Venray. Ik ben nou bijna bij Roermond. Is Joey ook bij jou man?’ ‘….’ ‘Geef ‘m dan eens even!’ ‘..’ ‘Hee, alles goed man?’ 

De trein rijdt Roermond binnen, de jonge man stapt uit. Zijn blikje Red Bull laat hij staan. De schelle beat neemt hij mee. Geritsel van plastic en aluminium, achter in de coupé. Buiten wisselen zon en wolken elkaar af. Iemand laat de prullenbak in de wand iets te hard dichtklappen. 

De trein zelf maakt nauwelijks geluid. Een wind-achtige zoem en bij overgangen en bruggen iets metaligs met soms een bonkje. Een boterhammenzakje twee rijen verder. Meer telefoongesprekken, onzichtbare mensen achter leuningen. 

Weert. Reclame van Therme op het perron: nieuwe anti-transparant-middelen. Rechts nieuwe gevels. Of gerenoveerd? De kleuren passen bij de laatste trend: elke gevel een andere kleur baksteen van lichtgrijs en geel tot donkerrood en -bruin. 

Een rond kunststof zwembad in een tuin, met een enorme plastic overkapping eroverheen. Veel platte akkers met nieuw fris groen. 

Een schietbaan vol fluorescerend spul. Uiteengespatte kleiduiven? Alle daken van de gebouwen op het terrein liggen vol zonnepanelen. 

Een voetbalveld. De shirtjes zijn iets minder fluorescerend oranje dan de kleiduiven. 

Een megastal, met ernaast een megaberg zand: hoger en dieper dan het huis en de stallen. De berg is begroeid met onkruid, zonder klaprozen. 

Een paar kleine weitjes, in elke wei een paard met deken. Het is windstil, de paarden staan allemaal met hun hoofd een andere kant op. Ze eten niet, ze lopen niet, ze staan daar maar wat met het hoofd een beetje naar beneden. 

Achterkanten van huizen: tuinen met stoelen, tafels, partytenten, kinderbadjes, luifels, waslijnen, uitbouwen, soms een tuin met groen en bloemen. 

Eindhoven. Hier kan overgestapt worden op een hele trits andere treinen. Deze trein wordt gekoppeld met een andere trein: ‘Het kan zijn dat u hier een lichte schok van voelt en dat de treindeuren wat langer dicht blijven.’ De airco springt wat hoger, mensen trekken hun jas aan. 

Een jongen zit op het perron met frietjes en een wapperde bos donkerblonde dreadlocks. Op station Eindhoven waait het bijna altijd. In de coupé gaat de koude airco-wind weer liggen. Mensen trekken hun jas uit. 

Vlaggetjes bij het PSV stadion. Hebben ze daar iets te vieren? 

Een kerkhof en een nieuwbouwproject. Een electriciteitscentrale. Dennenbomen met alleen nog wat groen helemaal boven in hun kruin, bij een boom is zelfs dat toefje kruin verdord. 

Een golfbaan. Mannen en vrouwen in allemaal hetzelfde uniform lopen pittig met golfkarretjes over het glooiende gazon. Alleen aan het postuur kun je zien wie de vrouwtjes en wie de mannetjes zijn. Nauwelijks slanke mannen, zelden stevige vrouwen. En liever een zonneklep dan een zonnebril, zolang er balletjes geslagen moeten worden. Dat deden ze vroeger met tennis ook al zo, waarom veranderen? 

In koeienletters *ALDI* met spuitbus op de zijkant van een viaduct. 

Een restaurant/feestgelegenheid met een boog van gele en rode ballonnen om de ingang heen. Een partytent naast het pand. 

Een verlaten tennisbaan. 

Een overvol voetbalveld, alweer met feesttent: geel met witte strepen. 

De wolken worden donker en maken het groen van de bomen onheilspellend. 

Een akker met baby-maïsplantjes. Regen. De bomen verdwijnen achter een grijs gordijn. 

‘s Hertogenbosch. De trein heeft een beetje vertraging. De parkeerplaatsen naast het perron van Den Bosch zijn lichtgroen. De airco schiet weer in de stress, in de coupé is het op slag vijf graden kouder. 

Een sloot met kroos. Kroost, zegt mijn lief en ik corrigeer hem niet. Een drinkbak (?) met een zonnepaneeltje, bij de koeien in de wei. Bloeiende vlier, nog steeds. 

Een loods van DHL. De nummering van de poorten waar vrachtwagens ingeladen worden loopt minstens tot loods nr 245. 

De Waal, een containerschip vaart onder de trein door. Een wei met omgewaaid hoog gras: hobbelige vlekken licht- en donkergroen. Een oud fruitststalletje langs de kant van de weg. 

Een wei met jonge koeien, ze liggen allemaal te chillen. Alleen één staart slaat wat insecten weg. 

Een huis met een vrachtwagen op de oprit, alsof het een personenwagen is. Het huis staat tussen andere huizen, in een doodnormaal straatje. 

Een tuin met van die ‘klassieke’ betonnen beelden. En hanggeraniums. Een Canadese (?) gans met een stuk of vijf kinderen. 

Een verveloze woonwagen met twee langharige geiten eronder. 

Een sloot met bloeiend plompeblad. Of hoe heet dat: bladeren lijken op die van waterlelies maar dan kleiner, bloempjes zijn geel. 

Een solitaire woonwagen, met eromheen een aantal schuren en stallen. En een hoop rollen hooi, in blauw plastic verpakt. Of heten die rollen ook balen? 

Een piepkleine brandweerkazerne. Er passen precies twee wagens in. Er is geen brand. 

De keer dat mijn moeder doodleuk een sigaret opstak in de trein, om vervolgens mopperend te vragen waar de asbakken gebleven waren. Ze was al een tijdje niet met de trein geweest. 

‘Welkom in nieuw Wulven’ zegt een bordje in de berm. Dat bordje is alleen vanuit de trein te zien, er loopt geen weg langs. 

Een bos berenklauwen. 
Acht stroken snelweg. 
Een kerkhof. 
Nog een kerkhof.

Utrecht.
De machinist stelt het volume voor de dienstmededelingen bij, nadat iedereen is opgeschrikt. 
Mensen zeggen tegen elkaar dat ze een vest mee hadden moeten nemen. 

Een motor-oefenterrein. Een bad op een dak met etalagepop-benen erin: ze steken over de rand maar niet netjes zoals iemand in bad ligt. Vier, vijf benen met de voeten omhoog, als een bosje bloemen dat achteloos in een vaas gemikt is. 

Een kanaal. Het water is net zo hoog als de rails. Een fietspad ertussen: iets hoger. 

Lange, kilometerslange fietspaden langs het kanaal. Een smalle weg waar auto’s elkaar nauwelijks kunnen passeren. De berm in duiken kan niet: die loopt steil af. Het fietspad op is ook geen optie: er liggen betonnen drempels. Van die kattenruggen. Als ze zo heten. Het idee van varkensruggen maar dan heel plat en smal. 

Een tunnel. 
Een volgepropt balkon.

Boze meneer in metro, met twee sussende vrouwen erbij. Luctor et emergo, staat in krulletters op zijn arm. Wat hij ook te boven gekomen is: niet zijn woede.

2 Replies to “Openbaar vervoer: Maastricht-Utrecht”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *