Normaal

Op weg naar huis na de laatste familiebezoekjes vanwege de feestdagen.

Soep bij mijn moeder, daarna zachte witte puntjes met rosbief en tomaat. ‘Hoe gaat het met je heup, mam?’ ‘Ach… het is niet veranderd. Niet veel beter.’ Eten, kletsen, handje bij de nieuwe laptop en handje bij een kapotte lamp. Laptop deels gelukt, lamp overleden. En een handje om het rode, met goud en wit geborduurde kersttafelkleed uit Syrië: ‘Dat heb ik al minstens vijftig jaar!’ onder de spullen op de tafel, die ook werkkamer is, weg te halen. Het tafelkleed lag er alleen nog omdat wij nog langs zouden komen. ‘Moet het nog uitgeschud worden, mam?’ Nee dat is niet nodig. Er is niet op geknoeid. ‘Zal ik nog even bellen als we vanavond weer thuis zijn?’ ‘Ja, doe maar.’

Bij mijn vader en zijn vrouw ligt nagenoeg hetzelfde kersttafelkleed op tafel. Ik vraag niet of dit tafelkleed ook uit Syrië komt, het kan eigenlijk niet anders. Syrië was in de tijd dat die tafelkleden daar gekocht werden wel heel anders. We zitten op de bank, ver van het tafelkleed dat daar rood met goud en wit stil ligt te zijn, omdat niemand ernaar vraagt. We drinken champagne en eten droge worst uit Frankrijk. Eerder, bij de thee, strooide ik per ongeluk een schaaltje chocolaatjes recht voor de hond op de grond. De vrouw van mijn vader moppert quasi als ik op handen en knieën de chocolaatjes van de grond gris en lukraak op het schaaltje gooi. Ze had de chocolaatjes mooi gerangschikt en ik maak er een rommeltje van. De hond kijkt met een scheve kop of ik écht niets over het hoofd zie.

Het schaaltje kiepte leeg omdat ik de hond ermee plaagde, het even voor haar neus langs liet gaan. Dat deed ik vanwege de manier waarop ze naar mijn hand met het schaaltje keek, toen ik het van de hoge kast pakte. Ze rook die chocolaatjes waarschijnlijk al een paar uur.

Als mijn kinderen dat vroeger bij onze honden deden, zei ik er wat van. Als ik zelf bij mijn vader of mijn moeder ben, kiept er toch soms ineens nog iets in mijn hoofd om en doe of zeg ik iets waarvoor ik mijzelf, in de auto naar huis, alsnog vermanend toespreek.

De volgende keer vraag ik naar de verhalen achter die tafelkleden. Maar nu eerst even mijn moeder en dan mijn vader bellen dat we weer veilig thuis zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *