Knuppels..

Een jaar of tien geleden liep mijn jongste tegen een groepje knuppels aan. Of liever: hij wilde opkomen voor een vriend die belaagd werd en was vervolgens zelf de Sjaak. Met een boksbeugel werden er een paar tanden uit zijn mond geslagen en toen hij na nog wat rake klappen bewusteloos op de grond lag, bleef het groepje tegen zijn hoofd en bovenlijf schoppen. We deden aangifte. Er waren getuigen en een deel van de daders was herkend. De namen gaven we aan de politie-agent.

Dat was het. We hoorden niets meer. Na verschillende keren navragen, werden we uiteindelijk, ruim een half jaar of langer na dato, gebeld door de agent die de aangifte had opgenomen. Met nauwelijks verhulde moeite om het nieuws te brengen, vertelde hij dat er verder niets met de aangifte gedaan zou worden. We konden op ons kop gaan staan: dit soort delicten zat dat jaar niet in het prioriteitenpakket en de mankracht ontbrak simpelweg. Ja, hij vond het ook vreselijk en ongelooflijk. En hij had ons graag wat anders verteld. Maar er was niets anders te vertellen.

Een paar weken geleden liep het iets minder ernstig af: alleen maar een blauw oog. Net op tijd weg kunnen komen van weer een groepje knuppels, deze keer leek het erop dat ze hem voor iemand anders aan zagen. Gelukkig hadden ze alleen maar vuisten bij zich en kregen ze eventjes onderling onenigheid: lang genoeg om met een dichtgeslagen oog weg te komen.

Hij vertelde het me niet. Pas toen ik met kerst het blauwe oog zag, kwam het verhaal er bijna casual uit. ‘Maar heb je geen aangifte gedaan dan?’ vroeg ik geschokt. ‘Ach nee mam, dat heeft toch geen zin.’ was het droge antwoord. ‘En het valt wel mee. Pech gehad. Kan gebeuren.’

In zijn gelaten reactie herken ik de -uiterlijk- schouderophalende reactie van heel veel vrouwen die op een andere manier met fysiek geweld te maken hebben gehad. Misschien is het projectie, dat kan. Misschien is hij er ├ęcht zo nonchalant onder. En natuurlijk ben ik als moeder bepaald niet objectief. Maar toch.

De laatste zinnen heb ik al wel vijf keer gewist, opnieuw getikt en weer gewist. Bij de eerste keer, tien jaar geleden, kreeg ik het met een paar mensen aan de stok omdat ik maar niet kon en wilde begrijpen waarom geweld tegen een willekeurige voorbijganger minder erg zou zijn dan geweld tegen iemand op grond van gender of geaardheid. Dat begrijp ik inmiddels beter.


Maar dat maakt de welgemikte vuist ‘om niks’ niet zachter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *