Fleece met appeltaart

Ik lig in bad. Met mijn telefoon, zodat ik tijdens mijn pauze schoon word, ontspan én een blogje kan schrijven. En een beetje kan rondneuzen op internet, natuurlijk. Want als ik thuis werk en de hele dag aan de computer zit doe ik dat niet, behalve als de zoekactie werkgerelateerd is. Eenmaal gefocust ben ik nauwelijks meer af te leiden (alles daarvoor is soms een worsteling van jewelste).

Wanneer ik even afstand moet nemen van waar ik mee bezig ben, gooi ik een was in de machine of haal ik een bezem door de huiskamer. Tegenwoordig strijk ik soms zelfs een overhemd. Meestal heb ik iets aan dat vooral lekker zit. En er bijna per definitie dus niet uitziet. Wat is dat toch, dat serieuze kleren net zo kut zitten als dat ze representatief zijn? En vice versa. Als ik thuis werk zijn er geen vaste werk- of pauzetijden en hoef ik geen nette kleren aan. Kat en computer storen zich niet aan mijn joggingbroek en slobbertrui. Misschien is dat nog wel de grootste luxe aan mijn huidige werk: me niet dagelijks om negen uur ‘s ochtends ergens buitenshuis te hoeven melden met keurige kleren en kapsel, liefst nog met een beetje make-up ook. Ik had al moeite met vroeg wakker worden toen ik nog een baby was, zegt mijn moeder. Dat is in de loop der jaren niet veranderd.

Enfin. Ik lig dus in bad, struin wat rond op internet en kom een erg amusante blog tegen van iemand die duidelijk heel piepjong is, want mensen van vijftig vindt ze hoogbejaard. En als ik haar moet geloven, dragen alle vijftigplussers een fleece-trui en wandelschoenen. En ze zijn op weg naar een stuk appeltaart. Ik voel me een klein beetje aangesproken. Niet zozeer vanwege die fleece-trui maar vanwege haar referentie aan mijn leeftijdsgenoten, die kennelijk massaal wandelen in plaats van werken. Vermoedelijk ziet ze zestigplussers en zien die er zo goed uit dat ze in haar ogen vijftigers lijken. Als je in de twintig bent is het lastig om het verschil tussen vijftigers en zestigers te zien. Als je vijftiger bent trouwens ook.
Dat neemt niet weg dat ik ook wel weet dat ik op moet passen dat ik niet hele dagen binnen zit, op de dagen dat mijn kantoor thuis is. Zeker in de winter, als tuinieren niet meedoet in de dagelijkse fysieke klusjes.

Misschien wordt het toch tijd voor een fleece-trui en een elektrische fiets. In de pauze niet in bad, maar de paden op met degelijke wandelschoenen aan. Vandaag is daar even geen tijd voor.
Maar ik kan wel terwijl ik schrijf alvast een appeltaart bakken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *