Dag overbuurman

Ken je dat?

Zo’n week waarin je met zoveel dingen tegelijk bezig bent dat je op woensdagmiddag al denkt dat het vrijdagavond is, of zou moeten zijn? 

Terwijl er eigenlijk maar één ding van wezenlijk belang was, in die hele week. Nouja, dat is misschien wat overdreven. Maar toch. Deze week was er één gebeurtenis die overal doorheen sijpelde, omdat deze zo onherroepelijk was: we namen voorgoed afscheid van onze lieve overbuurman. 

Huub was de buurman die iedereen zich wenst: we liepen de vloer niet bij elkaar plat maar hij hield de overkant in de gaten als we weg waren. Had altijd dat ene schroefje, gekke ventiel of een speciaal stuk gereedschap en meestal zei hij: ‘Breng (de fiets of wat er ook kapot was) maar hier, dan kijk ik er wel even naar.’ Toen ik voor een paar honderd gulden een bijna afgeschreven auto kocht om de zomervakantie mee door te komen, kwam er geen laatdunkende opmerking maar kreeg ik tips en trucs om het barrel zo lang mogelijk veilig op de weg te houden. De driewieler van mijn kinderen ging naar de overkant, voor de kleinkinderen. Van blokjes hout maakte hij er nieuwe trappers op. Als ik bij mijn laatste auto weer eens vergeten was het dak er terug in te zetten, belde hij aan om me te waarschuwen. ‘Denk je dat het droog blijft, Hanneke?’ ‘Uh geen idee, waarom?’ ‘Omdat je anders natte stoelen in je auto hebt morgen.’

Meer dan vijfentwintig jaar kon ik bij lekker weer elke keer als ik naar mijn auto liep of thuiskwam, rekenen op een praatje. Vaak werd een losse opmerking een gesprek en zette ik mijn zware school- of boodschappentas maar even op de grond, omdat mijn armen een centimeter langer leken dan toen ik uit de auto stapte. Soms had ik haast en stond ik in dubio: ik waardeerde de babbels. Niet in het minst vanwege de verhalen die ik te horen kreeg, over zijn jeugd en zijn werkzame leven als machinist.

Mijn jongste, een peuter toen we hier kwamen wonen, bewonderde de buurman meteen vanwege het feit dat hij een echte treinmachinist was. Een echte! Gewoon bij ons aan de overkant! Los van dat hij treinmachinist was, was hij voor mijn kinderen een soort overbuur-opa. Zo’n opa die er bijna vanzelfsprekend is. Dat merkten we allemaal pas echt, toen hij zieker werd en niet meer buiten kwam voor een praatje.

Wat had ik graag nog eens staan titsen* bij een verhaal dat iets langer werd dan de bedoeling was. Wat had ik hem graag nog gezegd dat ik hem dankbaar ben voor hoe hij er al die jaren in alle vriendelijke bescheidenheid zo voor ons geweest is. En wat zou ik hem nu graag zeggen dat zijn lieve vrouw zich heel dapper door het gemis heenslaat. Vandaag is ze jarig, twee dagen na de uitvaart. Ik stuurde haar vannacht om 00:00u een appje en verder weet ik niet zo goed wat ik wel of juist niet kan of moet doen.

Ik zal in elk geval voortaan weer zelf aan het dakje van mijn auto moeten denken. En het zal nog een hele tijd stil blijven als ik in of uit de auto stap.

Dag Huub. Rust zacht. En we zullen goed op de overkant letten. 

*Titsen is een Brabants woord geloof ik. Het betekent ongedurig heen en weer wippen van de ene op de andere voet. 

10 Replies to “Dag overbuurman”

  1. Wat goed Hanneke. Recht uit je hart een ode aan zo´n bijzondere en toch gewoon alledaagse buurman. Natuurlijk zul je die missen. Zulke mensen zijn in alle eenvoud het goud in de samenleving. Liefs, mama

  2. Prachtig weergegeven hoe Huub was.
    Altijd bereid iedereen te helpen
    En voor een praatje was hij altijd te vinden
    Fijn dat Marga zo,n fijne overbuurvrouw heeft.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *