Adam en Eva *UNCENSORED*

Leestijd: 2 minuten

Ongeveer 6000 jaar geleden, in het paradijs. Adam en Eva liggen te zonnebaden.

Eva verveelt zich te pletter. ‘Wat zullen we vandaag gaan doen, Adam?’, vraagt ze aan de perfect gebouwde, naakte jongeman naast zich. Adam aait loom de leeuw die net bij hem is komen zitten en haalt met een lieve glimlach zijn schouders op. Wat zouden ze moeten doen? Ze hoeven toch niks te doen?

Er valt een sinaasappel op de grond. Eva pelt en peuzelt. Sap druipt tussen haar blote borsten. Adam klopt op de manen van de leeuw, staat op en rekt zich uit. Tevreden kijkt hij rond in het mooie, overvloedige, lieflijke paradijs.

Bam. Eva heeft er genoeg van. Zomaar ineens. Dat zuurstokroze vredige lalaland komt haar de fraaie neus uit. Nee, ze hoeven inderdaad niks te doen. Alleen maar genieten van het eeuwige leven in het paradijs. Waar nooit een wanklank is. Waar alles wat ze zich maar kunnen wensen altijd, elke dag, in overvloed voor het oprapen ligt.

Waar ze, kortom, in feite, niets meer te zoeken heeft.

‘Ik vertrek.’ zegt Eva. ‘Ik ben het strontzat hier en fok dat: ik ga een appel van die boom daar plukken want die God van jou kan me m’n rug op. Ik denk dat Lilith gelijk had toen ze zei dat er weinig eer te behalen viel aan goed zonder kwaad te kennen. Ga je mee?’

Adam -behoorlijk geschrokken- twijfelt even: hij vindt het allemaal wel best hier, eigenlijk.
Maar hij was behoorlijk van slag geweest toen Lilith vertrok en ziet het helemaal niet zitten om echt in z’n uppie achter te blijven. Want al die beesten zijn lief en alles maar je kunt er niet echt een gesprek mee voeren.

Op weg naar de poort plukt Eva nog snel een appeltje voor de dorst, Adam haalt haar in en is een beetje zenuwachtig. Kort daarna ontdekken ze kou, honger, en alle vleselijke genoegens. Er is spanning, er moet naar eten gezocht worden. Ze jagen en krijgen ruzie. Ze maken het weer goed, heel goed: ze hebben seks. En ze krijgen kinderen. Wonderlijk eigenlijk, dat er in het paradijs helemaal geen kinderen zijn..

De weg terug hebben ze nooit meer gezocht.
En tot op de dag van vandaag gooien de nazaten van Adam en Eva de deur dicht voor Jehova’s Getuigen: niemand met z’n volle verstand wil terug naar de verpletterende oppervlakkigheid van de perfectie.